Waarom 5 km bikejoring geen sprint is
Het tempo ligt hoog, met pieksnelheden tot wel 45 km/uur! De start is fel en de hond lijkt alles te geven.
Het is dan ook begrijpelijk dat deze afstand vaak een sprint wordt genoemd. Maar wie kijkt naar wat er in het lichaam van de hond gebeurt, ziet een ander verhaal.
En dat verhaal is belangrijk – voor prestaties, herstel én welzijn.
De Greyster als duursporter op topniveau
Welkom in de wereld van de aerobe motor.

Diagram: Energieverdeling bij de Greyster – 5 km bikejoring (topniveau)
Hoe levert het lichaam energie?
Om te begrijpen wat 5 km bikejoring vraagt van een Greyster, is het belangrijk om eerst te kijken hoe het lichaam energie levert.
Voor de leesbaarheid schetsen we hier een vereenvoudigd, maar fysiologisch correct beeld van de energiesystemen.
Zowel mens als hond beschikken over drie energiesystemen. Deze systemen werken altijd samen, maar niet in gelijke mate. Welk systeem de hoofdrol speelt, hangt af van duur, intensiteit en spanning.
1. Duurenergie (aeroob)
Dit systeem werkt met zuurstof en vormt de basis van elke inspanning die langer duurt dan een paar minuten.
• kan langdurig energie leveren
• raakt niet snel uitgeput
• maakt het mogelijk om tempo vast te houden
Bij een afstand van 5 km neemt dit systeem automatisch de hoofdrol op zich. Zonder deze duurmotor is het tempo simpelweg niet vol te houden – hoe explosief het er ook uitziet.
2. Extra inzet (anaeroob)
Wanneer de intensiteit stijgt, springt een tweede systeem bij.
• levert extra kracht en snelheid
• wordt gebruikt bij start, versnellingen, bochten en tempowisselingen
• is begrensd en gaat gepaard met verzuring
Dit systeem is noodzakelijk, maar hoe vaker en hoe langer het wordt aangesproken, hoe zwaarder de belasting voor het lichaam wordt.
3. Explosieve energie (zeer kort)
Dit systeem levert directe kracht, maar slechts voor enkele seconden.
• vooral actief bij de start
• bij zeer korte, felle impulsen
Bij een afstand van meerdere minuten speelt dit systeem slechts een kleine rol in het totaal.
Verschillen tussen mens en hond
Mens en hond gebruiken dezelfde energiesystemen, maar ervaren ze anders.
Mensen voelen verzuring relatief snel. De benen worden zwaar, de ademhaling verandert en het tempo zakt vanzelf.
Honden – en zeker Greysters – beschikken over relatief meer uithoudingsgerichte spiervezels en verwerken verzuring efficiënter. Daardoor kunnen zij langer doorgaan, ook wanneer de interne belasting al hoog is.
Dat is een kracht, maar het betekent ook dat grenzen minder zichtbaar zijn. Dat een hond doorgaat, betekent niet automatisch dat de belasting laag is. Zodra honden over hun grens gaan, gaat verzuring ook hun beweging beperken.
Daarnaast kunnen honden niet zweten zoals mensen, waardoor warmteregulatie bij hoge intensiteit sneller een probleem wordt.
Het sprintmisverstand
In de sledehondensport wordt 5 km vaak aangeduid als sprintafstand. Dat is begrijpelijk vanuit wedstrijdindeling, maar fysiologisch is dit woord misleidend.
In de trainingsleer wordt de term duursport vaak gebruikt voor langere, sub-maximale inspanning. Fysiologisch gezien is elke inspanning van meerdere minuten echter al aerobe arbeid.
Een echte sprint:
• duurt seconden tot maximaal een minuut
• draait vooral op explosieve energie
• is niet vol te houden
Een 5 km bikejoringwedstrijd:
• duurt meerdere minuten
• vraagt voortdurende energieproductie
• vereist zuurstofopname, warmteafvoer en herstel
Dit zijn kenmerken van een duursport, zij het op zeer hoge intensiteit. Hier wordt intensiteit vaak verward met energiesysteem: hard en snel lopen betekent niet automatisch sprinten.
→ Waarom is dit belangrijk?
Als we 5 km als sprint blijven zien:
• trainen we te explosief
• overschatten we wat het lichaam kan compenseren
• en onderschatten we verzuring, warmte en herstel
Verzuring, warmte en prestatieverlies
Wanneer de intensiteit hoog blijft, moet het lichaam steeds vaker terugvallen op extra inzet (anaeroob). Dat leidt tot:
• toenemende verzuring
• hogere warmteproductie
• zwaarder herstel
Belangrijk hierbij is dat de grens niet pas ligt bij oververhitting of instorten. Veel eerder zie je subtiele signalen:
• verlies van efficiëntie
• meer spanning in de beweging
• langere hersteltijd
• minder herhaalbare prestaties
Dat zijn duidelijke aanwijzingen dat het lichaam harder werkt dan nodig.
De rol van arousal
Motivatie en werklust zijn essentieel in deze sport. Maar bij te hoge arousal verandert de manier waarop energie wordt gebruikt.
Bij te hoge arousal:
• blijft het lichaam continu in een actiestand
• wordt ontspanning moeilijk
• neemt het anaerobe aandeel toe
• stijgen verzuring en warmteproductie
Wat eruitziet als passie of drive, kan fysiologisch inefficiënt zijn. De hond werkt dan niet alleen hard, maar ook onnodig zwaar.
Energieverdeling bij de Greyster – 5 km bikejoring (topniveau)
Als je nu kijkt naar het diagram dan zie je dat ‘sprint’ niet klopt met wat het lichaam daadwerkelijk doet.
Globaal ziet de verdeling er als volgt uit:
• 65–70% duurenergie (aeroob)
• 25–30% extra inzet (anaeroob)
• 3–5% explosieve energie
Ook op topniveau blijft dit dus een hoge-intensiteit duursport.
→ Hoe beter een hond leert doseren, hoe groter het aandeel duurenergie blijft – en hoe makkelijker het tempo vol te houden is.
Een Greyster met zijn hoge drive leren doseren is niet makkelijk, maar het is zeker mogelijk én noodzakelijk. Dat vergt van de bikejorer inzicht, discipline, rust en geduld.
De Run Dog-visie: topsport begint bij regulatie
Bij de Run Dog Academy kijken we niet alleen naar snelheid en trekkracht, maar vooral naar hoe een hond zijn energie gebruikt.
(Top)sport begint voor ons bij:
• begrijpen wat er in het lichaam gebeurt
• afstemming tussen mens en hond
• kalmte onder prikkel
• leren doseren
• efficiënte aanleuning en krachtoverdracht
Met aanleuning bedoelen we de lichte, functionele spanning op de lijn. Deze zorgt voor biomechanische optimalisatie: betere krachtverdeling, minder energieverlies, minder spanning en meer flow.
Flow is geen vaag begrip, maar het moment waarop kracht en ontspanning samenwerken.
Tot slot
De Greyster is een uitzonderlijke atleet. Maar zelfs de beste atleet presteert het best wanneer energie goed verdeeld wordt.
Hoe beter een hond kan doseren en reguleren, hoe makkelijker hij hard kan lopen.
Dat is geen tegenstelling tot topsport.
Dat is topsport – met oog voor prestatie én welzijn.
Wil jij verantwoord aan de slag met de sport bikejoring? Volg dan de Workshop Bikejoring Basics
Check hier alle trainingen: Trainingen - Run Dog
Bronnen & inspiratie
Foto: Non-stop dogwear
Deze blog is gebaseerd op inzichten uit de inspanningsfysiologie, sled dog research en sportwetenschap, waaronder publicaties van Hinchcliff et al., Reynolds et al., McArdle et al., Powers & Howley en meer recente onderzoeken zoals Erjavec et al. (2022) en Barrett & Davis (2023). Ook studies naar metabole respons bij intensieve inspanning (waaronder bloedlactaatstijging en fysiologische reacties bij getrainde honden) ondersteunen de beschrijving van verzuring en energieverdeling.
Daarnaast komen veel inzichten voort uit onze eigen trainingen, in combinatie met de samenwerking met sportdierenartsen en dierenfysiotherapeuten. Zij werken dagelijks met wedstrijd- en sporthonden en observeren en meten in de praktijk de fysiologische reacties van het lichaam.
0 Reacties
Er zijn nog geen reacties, wees de eerste....